Kampioenenmakers


Een druilerige donderdag ochtend is vaak het recept voor lange files. Veel glimmend blik was er die ochtend te zien in Den Haag, aan de Leidsestraatweg om precies te zijn. Op 18 december werd in het Louwman Museum de expositie Kampioenenmakers geopend, die is gewijd aan het 50-jarig bestaan van Van Amersfoort Racing.

Het begon in een Toyota-garage, de eerste steen van het pand ligt in een vitrine tussen de raceauto’s. Een snelle auto om in het weekend mee te racen, puur voor de hobby, tussen het sleutelen door aan de gewone auto’s. Door een samenloop van omstandigheden, niet opgeven, toevallig de juiste mensen op het juiste moment treffen, en vertrouwen houden in het eigen kunnen, groeide de hobby uit tot een bedrijf. De straatauto’s verdwenen en maakten plaats voor race auto’s, het sleutelen bleef.

De term ‘glimmend blik’ moet je met enige dichterlijke vrijheid zien. De raceauto’s uit verschillende klassen, die staan opgesteld in de ruime entree van het museum, zijn voorzien van een lichtere polyester body. Een keur aan exotische metaalsoorten is wel te zien in de opengewerkte auto die in een nagebootste pitbox staat opgesteld. Het is een van de weinige auto’s in het hele museum waarvan de motorkap open staat. Meneer Louwman wil namelijk geen open kappen en kleppen zien in zijn collectie, het doet geen recht aan de lijn die de autobouwer heeft ontworpen en wil uitbeelden. Voor een zogenaamde dickey seat of een ingenieus stukje technisch vernuft wordt een uitzondering gemaakt, en mag de klep wel open.

Ben je na het uitgebreid bekijken van de VAR – Van Amersfoort Racing geschiedenis toe aan een warme of koude versnapering, dan loop je door naar het café. Een terras op een nagebouwd dorpsplein, tussen luxe woningen, een apotheek, garage, radiomaker, een kapperszaak met gescheiden salon voor dames en heeren, terwijl een zeppelin overvliegt, het ademt historie. De luxe ambiance is het tegenovergestelde van de manier waarop Van Amersfoort jarenlang bezig is geweest. Hard werken, koffie drinken in de auto, onderweg naar het circuit voor een volgend raceweekend, geen tijd voor lanterfanten op terrasjes.

Het is de dubbele persoonlijkheid van de Nederlandse topsport: doe maar gewoon, je bent niet groter dan de rest, en tegelijkertijd verwachten we wel dat je je volledig inzet voor een beter resultaat. Niet zonder succes, de stevige aanpak van het team heeft ertoe geleid dat maar liefst 5 voormalig VAR-coureurs afgelopen jaar te zien waren in de Formule 1; Charles Leclerc, Oliver Bearman, Franco Colapinto, Liam Lawson en natuurlijk Max Verstappen.

Het is een bijna natuurlijk proces, de racerij. Een beroemde quote is dat het racen is begonnen, nadat de tweede auto werd gebouwd. Al in 1894 werd de eerste officiële georganiseerde race verreden, over een afstand van 80 kilometer. Heb je de tijdelijke expositie bekeken, en volg je de route door de rest van het museum, dan tref je op verschillende punten snelheid en racerij in de collectie. Na de overstap van houten koetsen zonder paarden, naar iets waar je al wat meer automobiel in ziet, komt ook de technische ontwikkeling op gang. Van een enkele cilinder met anderhalve pk, groeit het door naar 2 cilinders en zelfs 4, tot het Nederlandse Spyker in 1903 met een zescilinder komt, inclusief vierwielaandrijving en remmen op alle 4 de wielen. Een unicum in die tijd. Speciaal gebouwd voor – jawel – een langeafstandsrace, helaas net te laat klaar voor de start. Let wel, ondanks een inhoud van 8,8 liter levert het blok 60 pk en weet de auto daarmee tot een maximum snelheid van 110 km/h te stuwen. Voor hedendaagse begrippen een lachertje, toentertijd alsof je met een Formule 1 auto door het openbaar verkeer reed.

Behalve voor auto’s is er ook ruimte voor kunst in het museum. De schilderijen van F. Gordon Crosby laten zien hoe het racen er in de jaren ‘30 van de vorige eeuw aan toe ging. Toen was het zo mogelijk nog harder werken dan in de beginjaren van Van Amersfoort. Al werden de coureurs vaak wel vergezeld door goden en godinnen in verschillende gedaantes, om hen tijdens de moeilijke delen van de race bij te staan. De collectie sigarenhouders in de vorm van een coureur’s hoofd, met een leren petje en raar brilletje op, zien er wat aandoenlijk uit. Dit was de standaard uitrusting voor het racen in open auto’s. Een helm, laat staan met alle technieken zoals koeling, communicatie en ruimte voor een slangetje met drinkwater, moest in die tijd nog uitgevonden worden.

Omdat je auto’s niet los kunt zien van racen, en er veel technieken in huidige straatauto’s zijn ontstaan in de racerij, is er een complete hoek gewijd aan raceauto’s in de breedste zin van het woord. Van rally rijden tot James Bond, die in elke film steevast een straatrace hield met een schurk. Van de 24 uur van Le Mans tot de chickenrace van Amerikaanse jongeren. De motor en het witte pak van Wil Hartog, de auto van de te vroeg overleden Carel Godin de Beaufort met een houten kuipstoeltje, een tv met bewegende beelden van races in zwartwit. Loop je hier tussendoor, dan is het niet moeilijk om te begrijpen hoe Van Amersfoort geprikkeld raakte om zelf te gaan racen. En hoe de volgende generatie, wanneer ze uit de karts waren gegroeid, bij hem aanklopte om verder te kunnen groeien in een racecarrière.

Nadat je de hele route hebt gevolgd, eindig je weer in de grote entree bij de expositie. Met een zowaar nog groter respect voor de ingenieuze techniek die er onder de kap schuilt, en de onnavolgbare snelheden waarmee de huidige coureurs een bocht induiken. Als de racerij een natuurlijke ontwikkeling is van de auto, dan zou je kunnen zeggen dat we nu op het toppunt van de evolutie zitten. Hierna kan het alleen maar langzamer gaan.

Vergeet niet om af te sluiten in het winkeltje van het museum. Behalve leuke sleutelhangers en andere kadootjes (voor jezelf), ligt daar ook het boek over 50 jaar Van Amersfoort Racing, een stevig naslagwerk om alles thuis op het gemakje nog eens terug te lezen. Wacht trouwens niet te lang met het bezoeken van het museum, deze expositie is te zien tot 18 januari.

Kun je geen genoeg krijgen van auto’s en geschiedenis? Als tip werd nog het tweede Louwman-museum genoemd, Toyota World in Raamsdonksveer. In het weekend gesloten, doordeweeks open op afspraak, waar inmiddels ook iets meer dan 100 auto’s staan. Die kan op het lijstje voor een volgend dagje uit.

Tekst: Martha de Boer
Foto’s: Martha de Boer


Behalve Martha de Boer was ook Jakob Dekker aanwezig bij de opening van deze tentoonstelling, zijn foto’s vind je hier onder.

Reageer

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *