
In de categorie Amerikaanse automerken waar je waarschijnlijk nog nooit van had gehoord: Terraplane. Getuige dit artikel over Essex én het grote stamboek van Stellantis had ik er wel al eens van gehoord, maar bij de 38e Oldtimer Elfstedentocht zag ik (op zaterdag 16 mei 2026 in Franeker) voor het eerst bewust een exemplaar.

De Terraplane was een automerk en -model dat tussen 1932 en 1938 werd geproduceerd door de Hudson Motor Car Company uit Detroit, Michigan. In het eerste jaar werd de auto verkocht onder de naam Essex-Terraplane; in 1934 werd de naam simpelweg Terraplane. Het waren betaalbare maar krachtige voertuigen die zowel in de stad als op het platteland werden gebruikt. De naam Terraplane werd gebruikt voor zowel personenauto’s als vrachtwagens.

Terraplane ontstond in 1932 uit pure noodzaak, toen de economische crisis de verkoop van de goedkopere Essex-modellen deed instorten en moederbedrijf Hudson op zoek moest naar een lichte, betaalbare auto die ondanks zijn lage prijs toch stijl, comfort en betrouwbaarheid bood. Onder leiding van Roy D. Chapin werd de Essex-Terraplane gelanceerd, slim meeliftend op de enorme fascinatie voor luchtvaart uit die tijd. Het bleek een schot in de roos: de compacte maar opvallend krachtige auto hield Hudson tijdens de Depressiejaren grotendeels overeind en verkocht zelfs beter dan de duurdere Hudson-modellen, iets waar de directie zich later zichtbaar ongemakkelijk bij voelde. Technisch waren de Terraplanes verrassend modern, met onder meer een dubbel remsysteem waarbij mechanische remmen het overnamen als het hydraulische systeem faalde. Vooral de achtcilinder-uitvoering uit 1933 groeide uit tot een legende dankzij zijn lage gewicht, sterke prestaties en opvallend goede wegligging; niet alleen rallyrijders en heuvelklim-specialisten waren enthousiast, ook gangsters als John Dillinger en Baby Face Nelson kozen de snelle maar onopvallende Terraplane graag als vluchtwagen. De auto vestigde records op onder meer Mount Washington en had vooroorlogse prestaties die destijds sensationeel waren. Vanaf 1934 verdween de naam Essex en ging de auto simpelweg als Terraplane door het leven, terwijl de achtcilinder sneuvelde en de modellen iets zwaarder werden. In 1938 werd de naam alweer afgebouwd tot Hudson-Terraplane, waarna Hudson de stekker eruit trok. Toch bleef de Terraplane internationaal een opvallende verschijning: in landen als Australië, Nieuw-Zeeland, Zuid-Afrika en het Verenigd Koninkrijk werden lokaal opgebouwde versies geleverd, vaak met eigen carrosserieën die in Amerika nooit verkrijgbaar waren. In Engeland vormde het Terraplane-chassis zelfs de basis voor de razendsnelle Railton sportwagens, waarmee de technische kwaliteiten nog eens extra werden onderstreept.

Het exemplaar dat ik in Franeker spotte staat als HUDSONESSEX TERRAPLANE geregistreerd. Enige wat we daarvan leren is dat ze in Groot-Brittannië net zo zorgvuldig zijn met het invoeren van merk en model als de rdw… Bouwjaar is 1935.
